Scènes

Scène 1.           ‘Hier gebeurt het…’
Opa Pieter komt zijn verhaal vertellen over de oorlog, als kind. Laat plaatjes zien van de omgeving, waar hij opgroeide, de context voor het verhaal. Er wordt gebeld…

Scène 2.          ‘Opa dagdroomt…’
…Esther staat aan de deur om te zeggen, dat ze plotseling ‘op reis gaat…’ met de familie. Ze weet niet waarheen. Best spannend. Ze mag maar een koffertje meenemen en vraagt of Pieter haar viool voor haar wil bewaren, ‘totdat ik weer terug ben…!’ . Ze speelt een mooi afscheidsmelodietje voor hem. Pieter geeft de viool een ereplaats. Elke keer als hij ernaar kijkt hoort hij in zijn hoofd het melodietje. Dat is dan ook de ‘herkenningstune’ van de voorstelling. 

Scène 3.           ‘Johan komt langs….’
Johan de kleinzoon van opa Pieter komt vragen om hulp bij zijn werkstuk/presentatie voor school over WOII en de Jodenvervolging, Hij ziet daar tegenop, vanwege jongens in de klas met andere culturele achtergronden. Zij zijn fel anti-Joods en ontkennen de Holocaust. Johan is bang voor ze en vindt dat ze hier niet horen en naar hun eigen land terug moeten. Opa biedt aan: ‘ik zal vertellen, wat ik heb meegemaakt als kind in de oorlog en jij maakt er een verhaal van. Kunnen ze nooit zeggen, dat het niet gebeurd is!’ Goed plan, opa! In de volgende scenes vertelt Opa over zijn belevenissen, als de jonge Pieter van elf, die terugkijkt, vertelt, reflecteert. Veel van zijn herinneringen worden als ‘flashbacks’ geprojecteerd. Die zijn, gespeeld door Esther en Pieter, vooraf op de locaties van toen opgenomen. 

Scène 4.           ‘De oorlog begint…’
Met het bombardement van Rotterdam komt de echte oorlog het verhaal binnen, de ‘brandgrens’ kwam tot een paar straten van hun woonhuis in de Voorschoterlaan. Aangrijpende verwoesting en oorlogsgeweld. De Laurenskerk, als ruïne symbool van vernietiging, maar ook van herstel, wederopbouw en veerkracht van de samenleving. 

Scène 5.           ‘Esther en Pieter…’
Het gewone leven lijkt gewoon door te gaan. Esther en Pieter verkennen elkaars wereld, de Joodse en de christelijke, de opvattingen, gewoonten en leefstijl. Ze halen een stukje worst halen bij slager Van Linschoten, de vriendelijke grootvader van Pieter. Ze spelen in het Rozenburgpark. Bezoeken samen de synagoge – de sjoel – van Esther. Daar leest/zingt de Chazan uit de oude boekrollen. Pieter moet een keppeltje op.

Scène 6.           ‘Esther hoort iets….’
Esther vangt een gesprek op van de benedenburen, de lieve ouders van Pieter. Ze hoort, dat er over Joodse mensen heel anders gedacht werd. Dubbelhartigheid, stereotyperingen, vooroordelen, antisemitisme, Esther ‘kon het gewoonweg niet geloven! Ze zijn altijd zo aardig en dan nu dit!’. 

Scène 7.           ‘Pieter en Esther…..’
Samen naar de Avenuekerk van Pieter. Om de hoek. Is dat nu een orgel? Gaan die pijpen op en neer, als er muziek uitkomt? Is er verborgen kamertje achter het orgel? Ik doe een beetje limonade in het doopvont!’ De statige dominee in toga leest voor uit de bijbel, uit het boek ‘Esther’. Het leven is nog vrolijk en onbekommerd…

Scène 8.           ‘Sterren…..’
Dan verandert het leven voor Esther. Ze moet een Jodenster op. Ze mag niet meer in het Rozenburgpark spelen, niet meer op het bankje zitten, niet meer met de tram mee, niet meer naar de zelfde school, niet meer fietsen, niet meer… Dan maar een stukje worst halen bij opa de slager, als troost. Maar dat pakt anders uit: ‘Verboden voor Joden’ staat er nu op de winkelruit.

Scène 9.           ‘Pieter hoort iets….’
Er komt iemand lang voor een ‘buurtonderzoek’ bij de moeder van Pieter. Ze heeft niets door en verraadt door haar argeloosheid en door vooroordelen de bovenburen. Vader snapt het gevaar direct en brengt de hen in veiligheid op een onderduikadres. ’s Nachts komen Duitse soldaten om de familie Polak op te halen en te deporteren. Pieter ziet en hoort het van achter zijn slaapkamerraam. Hij is bang. Maar de soldaten treffen niemand aan. Net op tijd zijn de vogels gevlogen. ‘Verdammt noch mal’.

​Scène 10.          ‘Het verzet….’​
De vader van Pieter zit in het verzet. Pieter op zijn manier ook. Brengt pamfletten rond op de fiets, verborgen in de framebuis onder het zadel. Wordt aangehouden door een Duitse soldaat, die zijn zadel gaat ‘verstellen’! Spanning, angst… ontdekt hij de krantjes? Maar het loopt goed af. Ook Duitse soldaten blijken vriendelijk te (kunnen) zijn.

Scène 11.          ‘Onderduiken….’
Pieter’s moeder (!) brengt in het geheim ergens eten naar toe. Pieter, zelf hongerig, sluipt er achteraan en ontdekt dat het naar onderduikers gaat. Het blijken de Polak’s te zijn, de bovenburen, die hij uit het oog had verloren… Ondergebracht in een schuilplaats achter het orgel in hun kerk ‘om de hoek’. Esther is er dus nog! En veilig! Maar ontmoeten is te gevaarlijk. Wel mogen Pieter en Esther briefjes uitwisselen.

Scène 12.          ‘Briefjes…..’
Ze schrijven elkaar aandoenlijke briefjes, waarbij Esther beschrijft hoe moeilijk het voor haar is, de beperkingen van het onderduiken, het opgesloten zijn. Pieter schrijft hoe moeilijk het is, ook als je niet opgesloten zit. De honger, kinderen die doodvriezen. Heel ver moeten fietsen om eten te halen. Allebei verlangen.

Ja, ik bestel 1 boek ad € 20,- en geef er 3 weg
Aan wie geeft u de boeken weg?

* Deze velden zijn noodzakelijk om in te vullen.

** De prijs is inclusief btw. Exclusief verzendkosten (ad. € 4,95).